Limburgs (gasten woordenboek)

Limburgs dialect

Limburgs dialect. Als u zelf niet uit Limburg afkomstig bent dan kunt u er niet omheen: in het drakenrijk Beesel ‘kalt men plat’. Natuurlijk wordt u in het Nederlands te woord gestaan in het Aad Poshoes maar overal om u heen zult u het lokale dialect horen.

Tegels

Bron: Heemkundige Kring Tegelen

Venloos

Bron: Veldeke

Het woordenboek der klanken van het Limburgs dialect

We nodigen alle gasten uit van het Aad Poshoes om vrijwillig met ons mee te werken aan “Het woordenboek der klanken van het Limburgs dialect“. U maakt uw eigen omschrijving van een Limburgs woord en die plaatsen we dan op deze website. Gasten die na U komen hebben dan het voordeel dat ze al enigszins overweg kunnen met Limburgse uitdrukkingen en gebruiken. Het gaat er dus om hoe U het Limburgse woord of uitdrukking het beste duidelijk kunt maken iemand die helemaal geen dialect spreekt.

Limburgs

De Limburgers heten U Welkom

In Café ’t Poshoes zijn meestal gastdocenten te vinden die U graag helpen om u iets duidelijk te maken. Als beloning en teken van goede wil doet U er goed aan om de volgende zin alvast zelf thuis goed te repeteren voordat u boekt. “Doot d’r heej nog eine van mich.” Vanaf dat moment spreekt u al vloeibaar Limburgs. Het motto van Café ’t Poshoes is “blijven oefenen!”

Asperge  sperjus (duits: Spargel)

Balkenbrij kerboèt
Brood (wit) mik
Broodje bruuëdje
Gemeente huis “Aad Raodhoes” in Beesel.
klaverjassen kruutze soort klaverjassen maar dan met Limburgse spelregels
Posthuis poshoes
Stroop kroët

Een korte introductie in het ‘plat’

Alle dialecten die in Nederlands en Belgisch Limburg gesproken worden bij elkaar duiden we aan met het woord Limburgs. Dat kunnen we met een gerust hart doen, omdat ze heel veel gemeenschappelijk hebben met elkaar. Als je naar die gemeenschappelijkheid kijkt, zie je dat die duidelijk afwijkt van de omringende talen. Zo heeft het Limburgs een grote hoeveelheid woorden die niet in het Duits of Nederlands voorkomen.

In de Provincie Limburg spreken nog ongeveer 750.000 mensen regelmatig Limburgs. Het wordt gebruikt in alle lagen van de bevolking, in mondelinge en schriftelijke vorm, onder hoog- en laag-opgeleiden, in theater, literatuur, politiek debat, in de zorgsector, tussen ambtenaren en burgers, op de lokale radio en televisie.

Al die dialecten vatten we samen onder het begrip Limburgs. Hoe dichter de plaatsen bij elkaar liggen, hoe meer overeenkomsten de dialecten hebben. Hoe verder uit elkaar, hoe meer verschil. Maar als je goed luistert, hoor je de overeenkomsten. Het Venloos en het Kerkraads zijn dus Limburgse dialecten.

Limburgs verschilt in uitspraak en woordenschat heel sterk van het Nederlands. Denk maar eens aan Limburgse woorden als kalle (‘spreken’), nut (‘lelijk’) of vreigele (‘ruzie maken’) die in het Nederlands niet voorkomen. Ook heeft het Limburgs eigen persoonlijke voornaamwoorden (ich, doe, dich, geer). Een belangrijk kenmerk is ook dat het Limburgs een zogenaamde toontaal is. Door een andere toon in een woord te leggen, kan men in heel veel Limburgse dialecten dat woord een andere betekenis geven: wies met sleeptoon uitgesproken betekent ‘verstandig’, maar met stoottoon ‘melodie’.

Bron: Limburgsedialecten.nl

Hoe & wat in het Limburgs

Goedemorgen
Go\jemo~rge

Goedemiddag
Go\jemi\ddaa~g

Goedenavond
Go\jenao~vend

Tot ziens / vaarwel
Hojje

Hoe gaat het?
Wie\ geit ‘t?

Goed, dank u
Goo\d, da~nke

Ik versta u niet
Ich versjtao\n uch nee~t